Is porno verslavend?

Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: is porno verslavend?

‘Porno kijken is doorgaans een uiting van andere problemen zoals somberheid, een persoonlijkheidsstoornis of relatieproblemen.’

Op internet wemelt het van de hulpverleners die u van uw pornoverslaving af willen helpen. Vaak kunt u eerst een online testje doen om te kijken of dat nodig is. Maar kun je verslaafd raken aan porno?

‘Porno kan absoluut tot problemen leiden’, zegt Gertjan van Zessen, psycholoog, seksuoloog en specialist in het bieden van hulp aan mensen die problemen hebben met online erotiek. ‘Of het letterlijk een verslaving is, weten we niet. Het is in fysiek niet gevaarlijk, zoals alcohol of drugs. En meestal ontbreken kenmerkende zaken als ontwenningsverschijnselen en steeds meer prikkels nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken.’
Verslaving aan porno (of seks) is niet opgenomen in het handboek van psychiatrische aandoeningen, de DSM-5. Dat komt volgens Van Zessen vooral omdat problemen met porno zich lastig laten afbakenen. ‘De een kijkt zeven dagen per week zonder er last van te hebben, de ander kijkt drie keer in de week en voelt zich verslaafd. Het is iets subjectiefs. Ik zie dagelijks cliënten die nauwelijks porno kijken, maar daar zeer onder gebukt gaan. En hun partner ook. Niet vanwege het taboe, maar vanwege het liegen. Jarenlang liegen is killing. Voor de relatie. En voor de persoon zelf.’

Naast de klassieke middelenverslaving erkent de DSM-5 slechts één gedragsverslaving: de gokstoornis. Dat komt omdat de manier waarop hersenen van gokverslaafden functioneren aanzienlijke overeenkomsten vertoont met die van cocaïneverslaafden.
Over het effect van porno op de hersenen is nog weinig bekend – ook al doen Amerikaanse sites als ‘This is your brain on porn’ anders vermoeden. Daar wordt beweerd dat de hersenen van pornoverslaafden veel sterker reageren op erotische beelden dan niet-verslaafden. ‘Dat is op zichzelf juist’, zegt Van Zessen. ‘Maar het brein van alle mensen die veel aan seks doen – of het nu cyberseks is of met de eigen partner – reageert heftiger op erotische plaatjes vergeleken met het brein van mensen die weinig aan erotiek doen.’

Het IVO, een wetenschappelijk instituut voor verslavingsonderzoek, vindt ook dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is om van een pornoverslaving te kunnen spreken. Het IVO bracht in 2011 de omvang van het probleem in kaart: van 4.500 ondervraagden voelt 1 procent van de mannen zich ‘behoorlijk’ verslaafd en 8 procent ‘een beetje’. Bij vrouwen is het praktisch nul.
Dat staat haaks op het algemene gevoel van verontrusting. ‘Het lijkt zo aannemelijk dat we een groot probleem hebben nu 14-jarigen alles op internet kunnen zien – en doen. Maar misschien is dat dezelfde verontrusting die onze ouders voelden toen hun kinderen strips ging lezen. Er is geen aanwijzing dat cyberseks tot omvangrijke maatschappelijke problemen leidt’, vindt Van Zessen.

Daarmee bagatelliseert hij niet het individuele leed dat schuil kan gaan achter dwangmatig erotisch chatten, cyberseks of porno kijken. ‘Het is doorgaans een uiting van andere problemen zoals somberheid, een persoonlijkheidsstoornis of relatieproblemen. Problematisch porno kijken staat nooit op zich. Het is een manier om met negatieve ervaringen of emoties om te gaan. Troostgedrag. Maar dat troosteffect dooft uit. Sterker nog, als je internetseks gebruikt om verdrietige ervaringen weg te werken, dan ga je internetseks op den duur associëren met verdriet. Dan word je van porno kijken somber – ook al begon je er aan in een vrolijke bui.’

Volgens onderzoeksinstituut IVO zal het nog wel even duren voordat er brede consensus is over het verslavende karakter van porno. Neurowetenschappers speuren volop naar kenmerken in het brein van overmatige pornokijkers. ‘Het is ook een sociologisch verschijnsel’, denkt Van Zessen. ‘Neem het wat bredere begrip seksverslaving. Die term gebruiken we pas 35 jaar, terwijl er natuurlijk altijd mannen en vrouwen zijn geweest die hyperactief waren als het om seks ging. Van mannen vonden we dat trouwens best stoer – en zagen we het niet als een probleem. Laat staan als een verslaving. Zo’n term is echt iets van deze tijd.’

Bron: de Volkskrant (Beter/leven), door Margreet Vermeulen 13 oktober 2017, 13:30

Deel dit verhaal:
Robert Beek
Geschreven door:
Robert Beek

Zoeken

Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek

colophone